IDRIZ JOSSA
ABOUT
NEWS
WORKS
ARCHIVE
CONTACT

<< TERUG

WORKS

PAINTINGS - 2013

WORKS WORKS WORKS
WORKS WORKS WORKS


Les Demoiselles d’Avignon (The Apocalypse)
After Picasso - Idriz Jossa.

Met de zesdelige reeks sculpturen ‘Les Demoiselles d’Avignon. (The Apocalypse). After Picasso’ (2012) verhoudt Idriz Jossa zich zeer bewust tot de kunstgeschiedenis. Daarbij interpreteert hij haar als een dynamische ruimte waarin de actuele creatie steeds in nauwe relatie staat tot dat wat al gemaakt is, gemaakt wordt en nog gemaakt kan worden. Hij reserveert een bijzondere aandacht voor de manier hoe artistieke manifestaties in latere fases ‘achterblijven’ en resoneren in de (kunst)geschiedenis en onze visuele cultuur. Het is dan ook een logische keuze voor Idriz Jossa om zich met dit werk tegelijk te richten tot het verleden en de toekomst. Zijn beelden zijn zowel een dialoog met een leermeester als een doorgedreven onderzoek naar wat diens nalatenschap vandaag en morgen kan betekenen.

De hedendaagse veelheid en diversiteit aan bestaande beelden en kunstwerken die ons omringen ziet Idriz Jossa als een waardevolle en betekenisvolle databank aan informatie. Hij kiest ervoor om ze als een bron aan te wenden waaruit hij zorgvuldig en doordacht aanleidingen selecteert. Daarbij gaat hij op zoek naar een nieuwe verhouding tussen hun oorspronkelijke context en de huidige condities - zowel maatschappelijk als artistiek.
Volgens Idriz Jossa is die veelheid aan beelden tegelijk een interessant onderzoeksveld op zich. Vooral in de digitale ruimte treedt er een nivellerend effect op tussen beelden die in hun oorspronkelijke vorm een andere kwaliteit nastreefden: meesterwerken worden soms prenten. Deze - op een manier verontrustende - discrepantie opent tegelijk een uniek speelveld, zeker wat de omgang met media aangaat. Idriz Jossa betast en verlegt de grenzen tussen print, prent, schilderij, sculptuur en tekening. De verschijningsvormen van zijn beelden navigeren vaak tussen digitaal en - af en toe bijna maniëristisch - ambachtelijk.

Deze reeks sculpturen is een reactie op het meesterwerk ‘Les Demoiselles d’Avignon’ of ‘Le Bordel’ (1907) van Pablo Picasso, zowel op het oorspronkelijke schilderij als op haar vele en verscheidene reproducties. Het is voor Idriz Jossa een streven om wat in de aanleiding wordt aangetroffen, eigen te maken en verder te zetten en om het te transformeren en te verbinden met de wereld waarin we vandaag leven, kijken en creëren.

Picasso’s schilderij was een provocatie aan de artistieke goegemeente en een ontwrichting van de gangbare waarden. De manier waarop Picasso de mens representeerde werd als verontrustend ervaren, zijn omgang met de heersende principes van de esthetiek als aanstootgevend. De figuren waren, met hun zichtbare primitieve invloeden en verwrongen vormen, een ongekende aanslag op het verbeelden van schoonheid en naturalisme zoals deze toen werden begrepen. De personages zijn op een doorgedreven manier ontleed en verhakkeld en stellen het kijken en representeren op een radicale manier in vraag. Idriz Jossa zet dit zoeken naar een nieuwe representatie verder en gaat daarbij bewust voorbij aan wat je kan verwachten. Dit doet hij in de veronderstelling dat het onverwachte - zelfs ongewenste - tot een nieuw soort schoonheid kan leiden. Hij verwerkt en verwerpt onze opvattingen over de (traditionele) verbeelding van de werkelijkheid en biedt een eigenzinnig alternatief. De figuren die we in dit werk aantreffen lijken soms monsterlijk en vreemd. Toch zijn ze niet onherkenbaar. Ze maken een ongepolijste, eerlijke esthetiek zichtbaar die het ongewenste niet mijdt.

De idee van de eindigheid - het einde van een traditionele (schilder)kunst - die onlosmakelijk met het werk van Picasso is verbonden, wordt door Idriz Jossa in relatie gebracht met een ander soort eindigheid. Toen hij deze reeks in 2012 opstartte werd het denken beheerst door een apocalyptische voorspelling: volgens een lezing van een kalender uit de Mayacultuur zou de wereld op 21 december van dat jaar ophouden te bestaan.

Wat ook hier opvalt is een bijzondere samenkomst tussen het verre verleden en een zorgelijk heden. Zoals in 2012 een prehistorisch gegeven de toekomst leek te ontkennen waren het ook bij Picasso de prehistorische en primitieve verwijzingen die de schilderkunst en haar toekomst ondermijnden en ontwrichtten. Het leek onmogelijk dat het na deze provocatie nog verder kon gaan. Dit soort keerpunten vallen samen met een onzekerheid en kwetsbaarheid en de daaraan verbonden twijfel en angst. Emoties die in het werk van Idriz Jossa vervat zitten, zonder er het thema van te zijn. De verwrongen gezichten zijn haast animaal en verwilderd. Ze tonen de mens in zijn rauwe, ongepolijste toestand. De grilligheid van het bestaan valt samen met de grilligheid van de lijnvoering.

De beelden zetten de mens in zijn hemd en tonen hem zoals hij zichzelf niet (persé) wil zien. Net als bij Picasso komen de mens en het dier weer dichter bij elkaar, zoeken ze elkaar op in hun gelijkenissen maar onderstrepen ze tegelijk de verschillen. Het procédé dat voorafgaat aan deze werken houdt een zelfde dualiteit in. Enerzijds is het een hoogtechnologisch en cerebraal proces, anderzijds wordt het gestuurd door een intuïtief, haast primitief zoeken en aftasten.

In een eerste beweging wordt het oorspronkelijke beeld ingescand. Details worden doelgericht opgezocht en uitvergroot, waarbij bewust wordt gezocht naar elementen die het beeld van en onze omgang met onszelf radicaal lijken te bevragen. Tijdens deze transformatie worden de beelden van hun oorspronkelijke kleuren ontdaan, tot enkel onzuivere contouren overblijven. Het beeld wordt gestript, tot het opnieuw en verder kan worden.

In een tweede beweging worden de scans opnieuw omgezet naar een schilderwerk, waarbij ze ten prooi vallen aan de grilligheid en de eigenzinnigheid van het medium. De lijnen worden weer opgevuld met kleurvlakken, ze slibben dicht - een contemplatief en bijzonder manueel proces dat de digitale reproductie waaruit het voortvloeit lijkt te verifiëren. Idriz Jossa kiest bewust voor een diffuus en donker pallet en zet zo het oorspronkelijke beeld naar zijn hand, maakt het eigen en actueel.

Het her-schilderen van het oorspronkelijk werk is een spel van verschijnen en verdwijnen, van herkenning en ontkenning. Het oorspronkelijke beeld en het nieuwe gevolg reizen zowel naar elkaar toe als van elkaar weg, ze zoeken elkanders limieten op.

In een laatste fase worden de schilderijen omgekneed tot sculpturen. Het geschilderde doek wordt van het spieraam gehaald en verzelfstandigd in de ruimte. Het worden nieuwe mens-beelden, ruimtelijke grimassen en wankele wezens. Ze bevolken de ruimte en ontvangen de toeschouwer in een verstild gebeuren waar alles op het punt staat om (opnieuw) in beweging te komen. Idriz Jossa ziet dit als een moment waarop hij verdergaat waar Picasso is opgehouden en waar het nalatenschap van een leermeester evengoed leidt tot nieuwe wegen en mogelijkheden.

‘Les Demoiselles d’Avignon. (The Apocalypse). After Picasso’ is dan ook evenzeer een vervolg op een ander principe die met het werk van Pablo Picasso is verbonden: de zoektocht hoe de bewondering voor wat voorafging kan leiden tot een nieuw en authentiek beeld. Net zoals Picasso met ‘Les Demoiselles d’Avignon’ zijn bewondering en waardering toonde voor onder meer het werk van Ingres, Gaugin en El Grecco en hen vierde met een tegendraads en radicaal nieuw werk, wil Idriz Jossa de beweging van Picasso verderzetten, revitaliseren en actualiseren. Het is geen strijd of vadermoord maar een groet en een ode aan een meesterwerk dat zijn plaats zoekt in een nieuwe tijd.

Jonas Lescrauwaet

<< TERUG